gonorroe (Neisseria gonorrhoeae)
Advices
Priority | Medication | Remarks |
---|---|---|
Priority: 1st choice |
Medication: ceftriaxon intramuscular 500mg one-off |
|
Priority: 1st choice alternative |
Medication: cefotaxim intramuscular 1000mg one-off |
Remarks:
Indien ceftriaxon i.m. niet beschikbaar |
Priority | Medication | Remarks |
---|---|---|
Priority: 1st choice |
Medication: ceftriaxon intramuscular 1000mg one-off |
Remarks:
Let op: hogere dosering bij faryngeale gonorroe! |
Priority | Medication | Remarks |
---|---|---|
Priority: 1st choice |
Medication: ceftriaxon intramuscular 500mg one-off |
Remarks:
In combinatie met lokale ooglidhygiëne |
Priority | Medication | Remarks |
---|---|---|
Priority: 1st choice |
Medication: ceftriaxon iv 2000mg 1dd 7 days |
Remarks:
Bij klinische verbetering en bewezen gevoeligheid voor ciprofloxacine kan na 48 uur overgegaan worden op ciprofloxacine p.o., 2 dd 500 mg |
Priority | Medication | Remarks |
---|---|---|
Priority: 1st choice alternative |
Medication: ciprofloxacine po 500mg one-off |
Remarks:
Alleen bij bewezen gevoeligheid voor ciprofloxacine |
Priority: 1st choice alternative |
Medication: azitromycine po 2000mg one-off |
Remarks:
Bij ontbreken resistentiepatroon |
Priority: 2nd choice alternative |
Medication: ertapenem intramuscular 1000mg one-off |
Remarks:
Niet bij contra-indicatie voor alle beta-lactam antibiotica. Altijd in overleg met arts-microbioloog/internist-infectioloog |
Sources
Antimicrobial resources
The following antimicrobial agents have been used in these recommendations:
External antimicrobial resources
Menu position
Metadata
Swab vid: G-502371.1
Updated: 09/04/2024 - 15:23
Status: Published
General comments
Controle na behandeling is niet nodig indien behandeld is volgens de eerste keus standaardbehandeling (ceftriaxon i.m.).
Controle is wel geïndiceerd:
• na elke alternatieve behandeling van gonorroe en behandeling die niet conform bovenstaande adviezen is geschied of die niet behandeld is met preparaat van eerste keus;
• bij persisterende klachten (in dit geval ook kweek afnemen);
• bij re-expositie aan onbehandelde bron (in dat geval ook testen op andere soa’s).
Omdat de behandeling van orofaryngeale gonorroe minder effectief is dan de behandeling van ongecompliceerde anogenitale gonorroe, en vanuit het oogpunt van monitoring van optredende resistentie is het controleren na behandeling van faryngeale gonorroe zinvol.
De controletest dient indien NAAT o.b.v. RNA plaatsvindt minimaal 1 week na het beëindigen van de behandeling plaats te vinden voor anogenitale gonorroe, en minimaal 2 weken na het eindigen van de behandeling voor orofaryngeale gonorroe. Kweekonderzoek met resistentiebepaling bij persisterende klachten kan al 3-4 dagen na het beëindigen van de behandeling gedaan worden.
Bij syndromale behandeling van gonorroe (op basis van evidente klachten of directe diagnostiek) wordt een mogelijke Ct-infectie niet meebehandeld, maar wordt de testuitslag afgewacht.