Overslaan en naar de inhoud gaan

gonorroe (Neisseria gonorrhoeae)

Adviezen

≥ 18 jaar

Indicaties: urethrale/anale gonorroe

Prioriteit Medicatie Opmerking
Prioriteit:
1e keus
Medicatie:

ceftriaxon intramusculair 500mg eenmalig

Prioriteit:
1e keus alternatief
Medicatie:

cefotaxim intramusculair 1000mg eenmalig

Opmerking:

Indien ceftriaxon i.m. niet beschikbaar

≥ 18 jaar

Indicaties: faryngeale gonorroe

Prioriteit Medicatie Opmerking
Prioriteit:
1e keus
Medicatie:

ceftriaxon intramusculair 1000mg eenmalig

Opmerking:

Let op: hogere dosering bij faryngeale gonorroe!

≥ 18 jaar

Indicaties: conjunctivale gonorroe

Prioriteit Medicatie Opmerking
Prioriteit:
1e keus
Medicatie:

ceftriaxon intramusculair 500mg eenmalig

Opmerking:

In combinatie met lokale ooglidhygiëne

≥ 18 jaar

Indicaties: gegeneraliseerde infectie en/of bacteriemie

Prioriteit Medicatie Opmerking
Prioriteit:
1e keus
Medicatie:

ceftriaxon iv 2000mg 1dd 7 dagen

Opmerking:

Bij klinische verbetering en bewezen gevoeligheid voor ciprofloxacine kan na 48 uur overgegaan worden op ciprofloxacine p.o., 2 dd 500 mg

≥ 18 jaar

Indicaties: absolute contra-indicatie voor ceftriaxon

Prioriteit Medicatie Opmerking
Prioriteit:
1e keus alternatief
Medicatie:

ciprofloxacine po 500mg eenmalig

Opmerking:

Alleen bij bewezen gevoeligheid voor ciprofloxacine

Prioriteit:
1e keus alternatief
Medicatie:

azitromycine po 2000mg eenmalig

Opmerking:

Bij ontbreken resistentiepatroon

Prioriteit:
2e keus alternatief
Medicatie:

ertapenem intramusculair 1000mg eenmalig

Opmerking:

Niet bij contra-indicatie voor alle beta-lactam antibiotica. Altijd in overleg met arts-microbioloog/internist-infectioloog

Algemene opmerkingen

Controle na behandeling is niet nodig indien behandeld is volgens de eerste keus standaardbehandeling (ceftriaxon i.m.).

Controle is wel geïndiceerd:
• na elke alternatieve behandeling van gonorroe en behandeling die niet conform bovenstaande adviezen is geschied of die niet behandeld is met preparaat van eerste keus;
• bij persisterende klachten (in dit geval ook kweek afnemen);
• bij re-expositie aan onbehandelde bron (in dat geval ook testen op andere soa’s).

Omdat de behandeling van orofaryngeale gonorroe minder effectief is dan de behandeling van ongecompliceerde anogenitale gonorroe, en vanuit het oogpunt van monitoring van optredende resistentie is het controleren na behandeling van faryngeale gonorroe zinvol.

De controletest dient indien NAAT o.b.v. RNA plaatsvindt minimaal 1 week na het beëindigen van de behandeling plaats te vinden voor anogenitale gonorroe, en minimaal 2 weken na het eindigen van de behandeling voor orofaryngeale gonorroe. Kweekonderzoek met resistentiebepaling bij persisterende klachten kan al 3-4 dagen na het beëindigen van de behandeling gedaan worden.

Bij syndromale behandeling van gonorroe (op basis van evidente klachten of directe diagnostiek) wordt een mogelijke Ct-infectie niet meebehandeld, maar wordt de testuitslag afgewacht.

Bronnen

Antimicrobiële middelen

De volgende antimicrobiele middelen zijn verwerkt in deze adviezen:

Externe referenties
Categorie
Metadata

Swab vid: G-502371.1
Bijgewerkt: 09/04/2024 - 15:23
Status: Published