adnexitis/salpingitis/PID
Adviezen
Prioriteit | Medicatie | Opmerking |
---|---|---|
Prioriteit: 1e keus |
Medicatie: levofloxacine po 500mg 2dd 14 dagen +
metronidazol po 500mg 2dd 14 dagen |
Opmerking:
Bij poliklinische behandeling |
Prioriteit: 1e keus |
Medicatie: levofloxacine po 500mg 2dd 14 dagen +
metronidazol po 500mg 2dd 14 dagen +
ceftriaxon intramusculair 500mg eenmalig |
Opmerking:
Bij poliklinische behandeling Ceftriaxon eenmalig (bij hoog risico op, hoge verdenking van, of bewezen Ng-infectie) |
Prioriteit: 1e keus |
Medicatie: ceftriaxon iv 2000mg 1dd 14 dagen +
azitromycine po 1000mg eenmalig +
metronidazol iv of po 500mg 2dd 14 dagen |
Opmerking:
Bij zwangerschap/lactatie |
Prioriteit: 1e keus |
Medicatie: levofloxacine iv of po 500mg 2dd 14 dagen +
metronidazol iv of po 500mg 2dd 14 dagen +
ceftriaxon iv 2000mg 1dd |
Opmerking:
Bij klinische behandeling (geïndiceerd bij ernstig ziek zijn of een bewezen tubo-ovarieel abces). Z.n. eerste 24 uur i.v. Bij een bewezen TOA metronidazol 3dd 500mg Ceftriaxon 2 gram i.v., 1dd tot Ng is uitgesloten (gezien kans op gedissemineerde infectie) |
Prioriteit: 1e keus alternatief |
Medicatie: doxycycline po 100mg 2dd 14 dagen +
metronidazol po 500mg 2dd 14 dagen +
ceftriaxon intramusculair 500mg eenmalig |
Opmerking:
Bij overgevoeligheid en/of contra-indicatie voor levofloxacine (fluorochinolonen) Ceftriaxon eenmalig (bij hoog risico op, hoge verdenking van, of bewezen Ng-infectie) |
Prioriteit: 1e keus alternatief |
Medicatie: levofloxacine po 500mg 2dd 14 dagen +
clindamycine po 600mg 3dd 14 dagen +
ceftriaxon intramusculair 500mg eenmalig |
Opmerking:
Bij overgevoeligheid en/of contra-indicatie voor metronidazol Ceftriaxon eenmalig (bij hoog risico op, hoge verdenking van, of bewezen Ng-infectie) |
Bronnen
Antimicrobiële middelen
De volgende antimicrobiele middelen zijn verwerkt in deze adviezen:
Externe referenties
Categorie
Metadata
Swab vid: G-502441.1
Bijgewerkt: 09/25/2024 - 10:37
Status: Published
Algemene opmerkingen
PID kan veroorzaakt worden door een SOA en door een scala van andere verwekkers. De precieze verwekker kan vaak niet worden vastgesteld. Cervixkweken geven andere resultaten dan kweken uit endometrium, tubae en aangrenzende structuren (waar de infectie plaatsvindt), en er kan sprake zijn van verwekkers waarop niet wordt getest (de meeste onderzoeken focussen vooral op SOA's). Waarschijnlijk gaat het vaak om een polymicrobiële infectie waarbij ook anaerobe of aerobe gramnegatieve staven betrokken zijn.
Vanwege de kans op complicaties is het wenselijk om bij verdenking op PID direct een antibiotische behandeling in te stellen, al voordat de uitslag van het microbiologisch onderzoek bekend is. De behandeling moet in ieder geval gericht zijn tegen Ct (waarvoor een chinolon levofloxacine), Neisseria gonorrhoea (waarvoor ceftriaxon i.m. of i.v.), gramnegatieve staven (waarvoor een chinolon en/of ceftriaxon) en anaerobe bacteriën/microbioom van de darm (waarvoor metronidazol).
De klinische uitkomsten van patiënten die behandeld zijn met orale dan wel parenterale antibiotica verschillen niet van elkaar. Klinische behandeling (en het regime met o.a. parenterale antibiotica) is geïndiceerd bij ernstig ziek zijn of een bewezen tubo-ovarieel abces. Daarnaast worden zwangeren vanwege de grote kans op maternale en foetale complicaties parenteraal behandeld.